De Vries studeerde af als celbioloog aan de Landbouwuniversiteit Wageningen (nu WUR) en promoveerde in 1996 aan de Radboud Universiteit Nijmegen op onderzoek naar eiwitafbrekende enzymen die betrokken zijn bij uitzaaiingen van tumoren, zoals het melanoom (een kwaadaardige vorm van huidkanker). Na een post-doc periode, kwam hij in 1999 in dienst bij ACTA, eerst als postdoc, daarna als KNAW-fellow en sinds 2007 in vaste dienst bij de sectie Parodontologie. Daar bestudeerde hij het ontstaan van de grootste immuuncel van ons lichaam, de osteoclast; een meerkernige botafbraakcel. Hij vond onder andere dat verschillende monocytsoorten (witte bloedcellen die een belangrijke rol spelen in het immuunsysteem) voorlopercellen (ook wel: onrijpe cellen) van de osteoclast zijn.
Binnen de medische vakgebieden waar botafbraak centraal staat, zoals reumatoïde artritis, osteoporose en de oncologie, is de osteoimmunologie een kernbegrip. De term osteoimmunologie werd geïntroduceerd in het jaar 2001, toen duidelijk werd dat belangrijke afweercellen, de t-lymfocyten, osteoclasten sterker kunnen maken én kunnen remmen.
Osteoimmunologie in de tandheelkunde
Bij ontstekingen in de kaak spelen bacteriën of producten van bacteriën een belangrijke rol. Hierdoor raakt het bot beschadigd en wordt het afgebroken. Denk daarbij aan parodontitis en pulpitis, maar ook bij zeer uitzonderlijke ziektebeelden zoals cherubisme en reusceltumoren van de kaak, waar veel osteoclasten voorkomen.
Tandheelkundige celbiologische modellen van ontstekingen
De laatste jaren onderzocht Teun de Vries celbiologische modellen van ontstekingen die belangrijk zijn voor de tandheelkunde. Met bepaalde cellen uit het tandvlees of uit bijzondere ziektes van het hoofd-halsgebied kun je een ontsteking nabootsen, bijvoorbeeld door ontstekingsstoffen en bacteriële onderdelen toe te voegen. Vervolgens kun je onderzoeken of deze nabootsing leidt tot veranderingen in botaanmaak of botafbraak. Het gebruikte model bleek ideaal voor het onderzoek van celbiologische processen van bijzondere genetische afwijkingen, voor het testen van medicatie die bijvoorbeeld bij reuma, osteoporose of diabetes toegepast wordt, maar ook voordelig kan zijn voor parodontitis.